Gelijk maar toch anders


Al te vaak denken Nederlanders en Belgen dat beide landen niet zo sterk van elkaar verschillen. Toch is dit op vele terreinen slechts schijn. Hoeft het gezegd dat door vaak sterk uiteenlopende wet- en regelgeving, het bijzonder belangrijk kan zijn tijdig bijstand te zoeken bij deskundigen?


De Nederlandse en Belgische procesgang

Ook bij het voeren van gerechtelijke procedures gelden opmerkelijke verschillen. Zo kan de Nederlandse belastingadviseur die voor zijn naar België verhuisde cliënt een beroepschrift (ter inleiding van de gerechtelijke procedure) indient bij de Belgische rechtbank te Antwerpen, voor een vervelende verrassing komen te staan. Immers anders dan in Nederland, kan in België alleen de belanghebbende of een door hem ingeschakelde advocaat de gerechtelijke procedure inleiden. Wanneer de Belgische belastingadministratie niet zo aardig is de Nederlandse belastingadviseur te wijzen op dit vormverzuim - waartoe de administratie overigens niet verplicht is – wordt het beroepsschrift niet-ontvankelijk verklaard en eindigt de rechtsgang al meteen in dit prille stadium.

Wanneer bezwaar wordt gemaakt tegen een aanslag, dient dit de facto per aangetekende brief te gebeuren. Als aan dit vormvereiste niet is voldaan, wordt het bezwaarschrift eveneens als niet-ontvankelijk aangemerkt. Voor alle duidelijkheid, communiceren met de overheid doe je in België bij voorkeur c.q. uitsluitend per aangetekend schrijven, de kans dat alsdan niet aan vormvereisten wordt voldaan en/of latere bewijskracht zou ontbreken, wordt daarmee uitgesloten.

Overigens beveelt het Nederlands-Belgisch Centrum aan ook in Nederland – waar dit in beginsel niet steeds juridisch noodzakelijk is – steeds met de fiscale en sociale overheden te communiceren middels een aangetekende brief.


De bevoegde rechter

Er zijn evenwel ook overeenkomsten. Zo zien we dat in België sedert kort de rechtbank is aangewezen als eerste feitelijke instantie bij fiscale procedures, waar dit voorheen het Hof van Beroep was. De bevoegde rechtbanken zijn Brugge, Gent, Antwerpen, Hasselt, Leuven en Brussel voor het Vlaamstalig landsdeel. Verder is hoger beroep mogelijk voor de Hoven van Beroep van Gent, Antwerpen en Brussel.




Voor cassatieberoep tenslotte is het Brusselse Hof van Cassatie – in Nederland vergelijkbaar met de Hoge Raad - bevoegd. Zoals wij allen weten is België een groot land, onderverdeeld in heuse deelstaten (gewesten), met elk een eigen parlement en dus verschillende wetgeving. Het kan dus zo zijn dat Vlaamse wetgeving in strijd komt met de afgesproken bevoegdheidsverdeling. Om gewestelijke wetgeving (verordeningen) te toetsen, kent België daarom ook nog het zogenaamde Arbitragehof. Dit hof met zes Nederlandstalige en zes Franstalige rechters wordt doorgaans aangemerkt als een grondwettelijk hof, dat toeziet op de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling tussen de gewesten.

Als voorbeeld zij hierbij onder meer verwezen naar de problematiek die wordt teweeggebracht door hoofdzakelijk door Vlaamse politici gewenste verschuiving van federale bevoegdheden naar de gewesten; denk hierbij onder meer aan de problemen in het kader van de Vlaamse zorgverzekering, de aankomende Vlaamse heffingskortingen, etc…, waarbij niet zelden voorbij wordt gegaan aan de dwingende bepalingen die Europa oplegt. Het Arbitragehof dient dan ook veelvuldig prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de EG, zeker ook waar het gelijkheidsbeginsel in het geding komt.


Behandeling

Wie in België een behandeling van een fiscale zaak bijwoont, stelt vast dat ook daar de vormvereisten een grote rol spelen. De advocaat treedt op in toga, wat in Nederland quasi ondenkbaar is. Namens de belastingdienst treedt steeds vaker, net als in Nederland overigens, de belastinginspecteur zelf op.





In het verleden was dit met name in België anders en werd de belastingdienst doorgaans vertegenwoordigt door gespecialiseerde externe advocaten.

Aantekening van hetgeen ter zitting naar voren wordt gebracht, wordt niet gemaakt. In Nederland is dit de taak van de vaak universitair fiscaaljuridisch geschoolde griffier. In België is de griffier een administratief geschoold medewerker die nauwelijks aantekening maakt van hetgeen ter zitting naar voren wordt gebracht. Bezwaarlijk lijkt dit niet meteen, aangezien het pleidooi doorgaans een herhaling van zetten is van de standpunten die eerder uitvoerig werden verwoord in de overlegde processtukken. Wat in Nederland overigens niet anders is.

Aan het einde van de zitting is het gebruikelijk dat partijen nog bijkomende stukken hebben neer te leggen. De Belgische advocaten vertrouwen er blindelings op dat de stukken die door de tegenpartij nog worden ingebracht, in een eerdere fase ook onderling al uitgewisseld werden. Het vertrouwen is gebaseerd op een doorslaggevende beroepseer in de Belgische advocatuur. In Nederland is dit minder vanzelfsprekend, waardoor de rechter de nieuw ingebrachte stukken in kopie aan de tegenpartij zal overhandigen.


Voortgang

In België bepalen, in tegenstelling tot wat in Nederland gebruikelijk is, hoofdzakelijk de partijen de voortgang van een procedure. De rechter moet dus afwachten tot partijen melden dat ze gereed zijn met de voorbereiding en de zaak kunnen en willen voorleggen. In Nederland bepaalt de rechter strikt de voortgang van de procedure en geeft de partijen afgebakende termijnen om bijvoorbeeld een verweerschrift in te dienen. Dit verschil heeft tot gevolg dat procedures in België doorgaans veel langer aanslepen (tien jaar is geen uitzondering), zeker wanneer wordt meegeteld dat partijen bovendien geheel zelf bepalen hoeveel tijd ze menen nodig te hebben voor het voeren van hun pleidooi.





Het contrast met de Nederlandse praktijk is in die zin derhalve bijzonder zichtbaar. De Nederlandse rechter kan uitgebreid zijn invloed laten gelden, zijn Belgische collega is - noodgedwongen - meer afwachtend. En waar in België steeds vaker wordt geklaagd over de zogenaamde gerechtelijke achterstand, ligt dit probleem dus doorgaans niet aan de rechters. Zij worden zelfs nadrukkelijk beperkt in het opnemen van vakantiedagen nu zij alleen op vakantie kunnen in de maanden juli en augustus. De rest van het jaar worden rechters geacht op de wekelijkse zittingsdagen aanwezig en beschikbaar te zijn.


De zitting

Ook de effectieve zitting verloopt in Nederland, althans op het eerste zicht, meer gestructureerd. De rechter heeft het aanvangstijdstip bepaald en ingepland en partijen houden zich doorgaans strikt aan de toebedeelde tijd om te pleiten.

Niets van dat alles in de Belgische rechtbank. Doorgaans worden alle ingeplande zaken om 09.00 uur gezet, waarbij ook alle advocaten zich op dat uur melden bij de 'bode'. De volgorde van behandeling wordt bepaald op grond van de 'anciënniteit' van de advocaat. Een jonge advocaat kan zo vele uren doorbrengen in het paleis van justitie omdat hij zich wél om negen uur moet melden, maar vervolgens al zijn oudere collega’s moet laten voorgaan. Al vindt hij wellicht enige troost in de gedachte dat personen in toga binnen het gerechtsgebouw – bijvoorbeeld bij de lift – altijd voorrang hebben op (andere) burgers…






Al met al een levendig en bont schouwspel, zeker ook omdat de deuren van de kamer waarin de zitting wordt gehouden altijd openstaan (het gaat immers om openbare behandelingen), waardoor men ook in de zittingzaal op de hoogte blijft van wat er zich in de gangen afspeelt.

Heel anders gaat het er weer aan toe in Nederland, waar achter gesloten deuren zitting in raadkamer wordt gehouden. Enkel de eventuele boete wordt in openbare zitting behandeld.


Uitspraak

De uitspraak volgt in Nederland binnen een termijn van zes weken, eventueel eenmalig verlengbaar met nog eens zes weken. In België volgt in de regel binnen vier weken een uitspraak, zonder mogelijkheid van verlenging.

Wanneer in zo’n uitspraak bijvoorbeeld een (navorderings)aanslag wordt vernietigd, dan kan de Belgische fiscus binnen een termijn van twaalf maanden een nieuwe (aangepaste) aanslag opleggen. Een nieuw feit is daarvoor niet nodig.

nederland-belgië nieuwsbrieven
29-08-2010
Editie 2010/15
13-08-2010
Editie 2010/14
31-07-2010
Editie 2010/13
03-07-2010
Editie 2010/12
19-06-2010
Editie 2010/11
05-06-2010
Editie 2010/10
21-05-2010
Editie 2010/09
08-05-2010
Editie 2010/08
23-04-2010
Editie 2010/07
28-03-2010
Editie 2010/06
14-03-2010
Editie 2010/05
27-02-2010
Editie 2010/04
13-02-2010
Editie 2010/03
31-01-2010
Editie 2010/02
16-01-2010
Editie 2010/01
19-12-2009
Editie 2009/23
06-12-2009
Editie 2009/22
22-11-2009
Editie 2009/21
05-11-2009
Editie 2009/20
24-10-2009
Editie 2009/19
10-10-2009
Editie 2009/18
26-09-2009
Editie 2009/17
11-09-2009
Editie 2009/16
07-09-2009
Editie 2009/15
27-08-2009
Editie 2009/14
20-07-2009
Editie 2009/13
03-07-2009
Editie 2009/12
15-06-2009
Editie 2009/11
31-05-2009
Editie 2009/10
14-05-2009
Editie 2009/09
28-04-2009
Editie 2009/08
24-04-2009
Editie 2009/07
26-03-2009
Editie 2009/06
11-03-2009
Editie 2009/05
21-02-2009
Editie 2009/04
06-02-2009
Editie 2009/03
24-01-2009
Editie 2009/02
10-01-2009
Editie 2009/01
08-01-2009
Online nieuwsbrief raadplegen
blader   previous next first    


(c) 7 September 2010