 |
 |
 |
 |
|
Wonen in België, inkomen uit Nederland
Wonen aan de ene zijde van de grens en werken aan de andere zijde betekent dat overwegend loonbelasting dient te worden voldaan in het land waar de werkzaamheden worden verricht. Dat is een gevolg van het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden dat ziet op het vermijden van dubbele belasting en op het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.
Op 5 juni 2001 is het belastingverdrag 2001 tussen Nederland en België ondertekend. In het belastingverdrag 2001 zijn afspraken tussen Nederland en België over de belastingheffing vastgelegd. Aan de hand van die afspraken kan worden vastgesteld welk land het recht heeft belastingen te heffen.
Wie in België woont en inkomen uit Nederland geniet, krijgt te maken met twee landen die belasting kunnen heffen over dat inkomen. België kan als woonstaat belasting heffen omdat betrokkene in België woont en Nederland kan als werkstaat belasting heffen omdat betrokkene inkomen uit Nederland geniet. Om te voorkomen dat beide landen over hetzelfde inkomensbestanddeel belasting heffen, hebben Nederland en België onderling afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een belastingverdrag. Aan de hand van dit belastingverdrag kan worden vastgesteld welk land het recht heeft belasting te heffen.
Als het recht om belasting te heffen over een inkomensbestanddeel zoals in het geval van grensarbeid aan de werkstaat Nederland is toegewezen, dan wil dat niet zeggen dat dit inkomensbestanddeel niet in de woonstaat België hoeft te worden aangegeven. Doorgaans moet zowel in België als in Nederland aangifte worden gedaan. In de woonstaat België moeten daarbij alle inkomsten, waar ook ter wereld verdiend, worden aangegeven. Dus ook de inkomsten waarover de werkstaat Nederland belasting mag heffen. Bij de berekening van de belasting die in België moet worden betaald, wordt dan een aftrek verleend. Dit heet de aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Met die aftrek wordt voorkomen dat tweemaal belasting wordt betaald over hetzelfde inkomensbestanddeel. Voor de individuele begeleiding in dit belangrijke onderdeel bij grensoverschrijdend werken kunnen grensarbeiders zich via het Nederlands-Belgisch Centrum laten adviseren en eventueel laten doorverwijzen naar een aangewezen deskundige.
Wie in België woont en inkomsten uit bijvoorbeeld grensarbeid in Nederland geniet, wordt in de heffing van de Nederlandse inkomstenbelasting betrokken. In de Nederlandse inkomstenbelastingwet staat omschreven om welke overige inkomsten het gaat en hoe de verschuldigde inkomstenbelasting wordt vastgesteld. Wie als grensarbeider inkomsten geniet, wordt voor de Nederlandse belastingheffing beschouwd als een buitenlands belastingplichtige. Er moet dan jaarlijks in Nederland aangifte inkomstenbelasting worden gedaan. Ook kan het zijn dat betrokkene in Nederland sociaal verzekerd is, bijvoorbeeld wanneer in Nederland als grensarbeider in loondienst wordt gewerkt. In dat geval moeten ook premies voor de Nederlandse volksverzekeringen worden betaald. De volksverzekeringen zijn de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). De premie voor de volksverzekeringen heft de Belastingdienst samen met de inkomstenbelasting in één bedrag. Voor wie geen gebruik maakt van het keuzerecht (zie verder), worden alleen die inkomsten in de belastingheffing betrokken waarover Nederland belasting mag heffen. In Box 1 zijn dat het belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland, in Box 2 het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in Nederland en in Box 3 tenslotte het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland. Aftrekposten die rechtstreeks te maken hebben met inkomsten in een box, verminderen het inkomen in die box. Het gaat om de inkomsten en aftrekposten van de betrokken belastingplichtige zelf. Inkomens- en vermogensbestanddelen die aan meerdere personen zijn toe te rekenen (bijvoorbeeld gezamenlijke inkomensbestanddelen van de grensarbeider en diens partner), worden in aanmerking genomen overeenkomstig ieders (eigendoms)recht op deze inkomsten- en vermogensbestanddelen. Bij gehuwden geldt het huwelijksgoederenregime als uitgangspunt voor de toerekening.
Wie als Belgisch grensarbeider in Nederland werkzaamheden in loondienst verricht wordt zoals hierboven aangegeven in eerste instantie als Nederlands buitenlands belastingplichtige aangemerkt en moet over het Nederlandse inkomen in Nederland inkomstenbelasting betalen. Via het zogenaamde keuzerecht voor buitenlands belastingplichtigen kan evenwel ieder jaar opnieuw worden gekozen om in de belastingheffing te worden betrokken volgens de belastingregels die gelden voor inwoners van Nederland. Dit betekent dat niet alleen het Nederlandse inkomen, maar het totale wereldinkomen de grondslag is voor de berekening van de inkomstenbelasting. De grensarbeider die een partner heeft, kan er eventueel ook voor kiezen om in Nederland in de belastingheffing te worden betrokken volgens de belastingregels die gelden voor inwoners van Nederland. Gebruik maken van het keuzerecht kan aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld als de partner geen of een gering inkomen heeft of wanneer beide partners in Nederland werken. Verder kan het keuzerecht gunstig uitpakken wanneer bepaalde aftrekposten gelden, bijvoorbeeld de (hypotheek)rente op een eigen woning, ziektekosten of studiekosten. Deze aftrekposten kunnen dan leiden tot een lagere belasting in Nederland. Het keuzerecht houdt niet in dat kan worden gekozen waar belastingen worden voldaan. Dat wordt namelijk bepaald aan de hand van internationale regelingen. Ook de Belgische grensarbeider die opteert voor gelijke behandeling met Nederlands belastingplichtigen blijft belastingplichtig in de woonstaat België. Voor zover in het wereldinkomen per saldo positief buitenlands inkomen is begrepen, geldt echter recht op aftrek in verband met dubbele belasting. Op deze wijze wordt vermeden dat twee keer belasting over hetzelfde bedrag zou moeten worden betaald.
Of het aantrekkelijk is om gebruik te maken van de keuzemogelijkheid, is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van betrokkene. Gebruik maken van het keuzerecht kan gevolgen hebben voor de belastingheffing in de toekomst. De Nederlandse Belastingdienst heeft een rekenprogramma ontwikkeld waarmee de financiéle gevolgen van het keuzerecht voor de belastingheffing kunnen worden berekend. Voor de individuele begeleiding in dit belangrijke onderdeel bij grensoverschrijdend werken kunnen grensarbeiders zich wenden tot (het netwerk van) het Nederlands-Belgisch Centrum.
Elk jaar opnieuw kan worden gekozen om wel of niet gebruik te maken van het keuzerecht. Wie echter eens heeft gekozen voor gelijke behandeling met Nederlands binnenlands belastingplichtigen en daar in een bepaald jaar niet (langer) voor kiest omdat dat in betreffend jaar tot een gunstig effect zou leiden, moet er rekening mee houden dat een inkomensherziening zal plaatsvinden. Dit wordt ook wel de terugploegregeling genoemd. Dit betekent dat het inkomen wordt verhoogd in het jaar dat daaraan voorafgaat, waardoor een eerder genoten belastingvoordeel moet worden terugbetaald. Deze verhoging is gelijk aan het totaalbedrag van bepaalde bedragen die in de laatste acht jaar van het inkomen zijn afgetrokken. Het gaat om aftrekposten waarop een inwoner van Nederland wel recht heeft, maar waarop een inwoner van een ander land niet, voor zover geen gebruik wordt gemaakt van het keuzerecht. Kortom kan worden gesteld dat het uitoefenen van het keuzerecht er in principe toe leidt dat dit een duurzame keuze beoogt te zijn. Enige aspecten zoals de heffingskortingen, uitgaven voor inkomensvoorzieningen zoals lijfrenten en andere premies, uitgaven voor kinderopvang, persoonsgebonden aftrekposten, blijven bij de inkomensherziening buiten beschouwing. Voor de individuele begeleiding in dit belangrijke onderdeel bij grensoverschrijdend werken kunnen grensarbeiders zich wenden tot (het netwerk van) het Nederlands-Belgisch Centrum.
Wonen aan de ene zijde van de grens en werken aan de andere zijde betekent dat overwegend het sociale verzekeringsstelsel van het land waar de werkzaamheden worden vervuld van toepassing is. Toewijzing van de verzekeringsplicht aan de werkstaat volgt uit Europese regelgeving, meer in het bijzonder de EG-coördinatieverordeningen 1408/71 en 883/04.
Op de hoofdregel van de EG-verordeningen gelden evenwel heel wat uitzonderingen. Zo kunnen rechten en plichten worden toegewezen aan de woonstaat van de betrokkene op grond van de detacheringregeling. Doorgaans is deze regeling van toepassing op wie tijdelijk grensoverschrijdend aan de slag gaat. Echter ook voor wie tewerkgesteld wordt in meer dan één land gelden overwegend andere regels. In bepaalde gevallen is het aangewezen bijzondere stappen te zetten teneinde het ontbreken van verzekering te vermijden of in bepaalde gevallen dubbele verzekeringsplicht te voorkomen.
Ondanks het feit dat nagenoeg alle aspecten van sociale zekerheid in principe onder de werkingssfeer van de EG-verordening 1408/71 c.q. 883/04 vallen, gelden voor het hierboven aangehaalde ook nog bijzondere afwijkingen. Zo komen België en Nederland niet steeds al hun wettelijke verplichtingen na. Dit leidde tot op heden al tot uitgebreide Europese jurisprudentie. De Stichting grensarbeid treedt in het kader van deze omstandigheden nadrukkelijk op als belangenbehartiger van de Nederlandse en Belgische grensarbeiders.
Wie voor het eerst grensoverschrijdend aan de slag gaat, doet er goed aan zijn/haar individuele positie te laten analyseren door het Nederlands-Belgisch Centrum.
|
 |
|